Uitspraak
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
[A] .
Rechtbank Gelderland
Eiseres woonde in 2013 in Duitsland en was gehuwd met haar ex-partner, die in Spanje stond ingeschreven. Beide hebben voor binnenlandse belastingplicht gekozen en eiseres vroeg uitbetaling van de heffingskorting, die op het rekeningnummer van haar ex-partner werd gestort.
In 2018 verzocht de ex-partner om ambtshalve vermindering van zijn aanslag IB/PVV 2013, omdat hij in Spanje woonde en niet premieplichtig was. De Belastingdienst kwam dit verzoek tegemoet, waardoor de heffingskorting bij eiseres werd nagevorderd.
Eiseres betwist de navordering omdat zij het geld niet heeft ontvangen en haar ex-partner de aangifte met haar DigiD heeft ingediend. De rechtbank oordeelt dat de navordering terecht is, omdat eiseres verantwoordelijk is voor juiste gegevens en de ambtshalve vermindering rechtsgeldig is.
De rechtbank wijst erop dat zij geen billijkheidstoets mag toepassen en dat eiseres zich tot de Belastingdienst moet wenden voor invorderingsproblemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De navorderingsaanslag tot terugbetaling van de algemene heffingskorting wordt bevestigd en het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.