Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
5. Opzegging en beëindiging van de overeenkomst
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
Tijdschrift Aanbestedingsrecht,februari 2014, nr.1, p. 22) heeft geschreven dat de verbintenis tot betaling er op zichzelf wel is, maar enkel onder bepaalde voorwaarden niet wordt opgeëist en het aanwezig zijn van een voorbehoud door de Belastingdienst tot gevolg zou moeten hebben dat de inschrijver moet (althans kan) worden uitgesloten, geldt dat in dit geval aannemelijk is dat [Eiser] een belastingschuld heeft die in de weg staat aan toelating tot het inkoopnetwerk Wmo. Daaraan doet niet af of [Eiser] tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag wel of geen hoger beroep heeft ingesteld, omdat het recht op herstel van gebreken in ieder geval is komen te vervallen vanwege de hiervoor weergegeven (mogelijke) uitsluitingsgronden. Een belangrijke reden voor de uitsluiting is daarnaast ook de (overigens onweersproken) ernstig verstoorde verhoudingen tussen [Eiser] en de gemeente. Dit alles leidt ertoe dat de uitsluiting van [Eiser] en haar onderneming [handelsnaam Eiser] van deelname aan de tot
€ 980,00
5.De beslissing
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening,