ECLI:NL:RBGEL:2019:2533

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 mei 2019
Publicatiedatum
6 juni 2019
Zaaknummer
ARN 18/6192 en 19/464
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde en vergoeding taxatierapporten bij bezwaar tegen OZB-aanslagen

Eiseres B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarden en de daarop gebaseerde OZB-aanslagen voor twee objecten in Arnhem. De gemeente Arnhem wees het bezwaar af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Gelderland.

De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde van één van de objecten moet worden verlaagd naar €299.000 en vernietigt het besluit over de kostenvergoeding voor het taxatierapport van het andere object. De taxateur van eiseres heeft toegelicht dat de taxaties complex waren vanwege verouderde informatie van verweerder, wat het redelijke aantal uren en het gehanteerde uurtarief rechtvaardigt.

De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en de kosten van de taxatierapporten, conform de richtlijnen voor WOZ-taxaties en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak vervangt het vernietigde bezwaarbesluit en is openbaar uitgesproken op 27 mei 2019.

Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarde en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van taxatie- en proceskosten.

Uitspraak

RechtbanK gelderland
Team belastingrecht
zaaknummers: AWB 18/6192 en 19/464
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2019
in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [plaats], eiseres(gemachtigde: [naam gemachtigde]),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 5 oktober 2018 op het bezwaar van eiseres tegen verschillende op één biljet vermelde WOZ-objecten en aanslagen OZB.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2019. Namens eiseres zijn verschenen [persoon A] als gemachtigde en [persoon B] (de taxateur).
Namens verweerder is verschenen [persoon C].

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de kostenvergoeding voor het taxatierapport [adres 1] en de WOZ-waarde van [adres 2];
- vermindert de WOZ-waarde van [adres 2] naar € 299.000 en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar voor zover deze is vernietigd;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.542;
- draagt verweerder op de betaalde griffierechten van € 676 aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Niet langer is in geschil dat het bedrag dat bij de uitspraak op bezwaar is toegekend voor het taxatierapport met betrekking tot de [adres 1] te laag is. Ook heeft verweerder in beroep ingestemd met de door eiseres verdedigde WOZ-waarde voor [adres 2] van € 299.000. De beroepen zijn reeds hierom beide gegrond verklaard en de rechtbank heeft de WOZ-beschikking daarom dienovereenkomstig verminderd.
2. In geschil is de hoogte van de proceskostenvergoeding voor de taxatierapporten voor zowel [adres 1] als [adres 2]. Niet is in geschil dat de vergoeding zonder omzetbelasting moet worden vastgesteld.
3. Eiseres heeft gewezen op de door haar taxateur overgelegde facturen, waaruit blijkt dat per rapport acht uur is besteed tegen een uurtarief van € 120. Verweerder heeft ter zitting aangevoerd er niet van overtuigd te zijn dat dit redelijk is.
4. Ter zitting heeft de taxateur verklaard dat beide taxaties bewerkelijk waren omdat verweerder zich had gebaseerd op verouderde informatie en daarom veel tijd is gaan zitten in het verifiëren en nogmaals verifiëren van de feitelijke en juridische gegevens. De rechtbank acht dit aannemelijk en is daarom van oordeel dat het aantal gefactureerde uren redelijk is. De waardering zelf vond plaats door middel van de gecorrigeerde vervangingswaarde en die methode is – in ieder geval ook voor kinderdagverblijven – niet eenvoudig, aldus de taxateur. De rechtbank onderschrijft dit standpunt en is daarom van oordeel dat het gehanteerde uurtarief redelijk is. Gelet hierop, bestaat geen aanleiding om de redelijkheid van de opgevoerde taxatiekosten te betwijfelen. Deze zijn ook overigens in overeenstemming met de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties (de Richtlijn).
5. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van de bezwaren en beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.516 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting met een waarde per punt van € 246, 1 punt voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1 omdat het gaat om minder dan vier samenhangende zaken). De kosten voor de taxatierapporten worden overeenkomstigd de Richtlijn vastgesteld op (2 * € 960 =) € 1.920 en de kosten van de bijstand door de taxateur ter zitting op (2 * € 53 =) € 106.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.H. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2019.
De griffier is verhinderd rechter
dit proces-verbaal te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof [plaats]-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM [plaats].
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.