Gebo Marine Glazing vorderde vernietiging of ontbinding van de koopovereenkomst met Kroon, een verklaring voor recht omtrent impliciete garanties door Kroon en Saba, en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en tekortkoming. De zaak betrof lijmproducten geleverd door Kroon, afkomstig van Saba, die werden gebruikt voor het verlijmen van lexaan ruiten in schepen. Na klachten over loslatende kit en lekkage stelde Gebo dat de lijmproducten ongeschikt waren en dat Kroon en Saba onrechtmatig hadden gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat Saba geen contractuele relatie met Gebo had en dat de gestelde onrechtmatige daad onvoldoende was onderbouwd. De training door Saba was algemeen van aard en er was geen bewijs dat Saba specifieke garanties had gegeven. Ook het beroep op een impliciete garantie werd verworpen. Ten aanzien van Kroon stelde de rechtbank vast dat er wel een koopovereenkomst was, maar dat Gebo onvoldoende had aangetoond dat Kroon het gebruik van de lijmproducten uitdrukkelijk had aangeraden of dat er een impliciete garantie was. Bovendien was niet vastgesteld dat de lijmproducten niet voldeden, aangezien het loslaten van de kit ook kon worden veroorzaakt door gebrekkige aanbrengmethoden.
De rechtbank concludeerde dat geen tekortkoming of onrechtmatige daad was vastgesteld en dat de vorderingen daarom moesten worden afgewezen. Gebo werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen en op 8 mei 2019 openbaar uitgesproken.