In deze burenzaak vorderen eisers de verwijdering van een camera die door gedaagden aan hun houten garage is bevestigd en die zicht heeft op het perceel van eisers. De camera filmt onder meer de oprit, voortuin en voorgevel van eisers, waardoor zij zich ernstig in hun privacy aangetast voelen.
Gedaagden verweren zich met het argument dat de camera op advies van de politie is geplaatst ter bescherming van hun gezin en eigendommen vanwege eerdere bedreigingen en pesterijen door eisers. Zij stellen dat de camera slechts een minimaal deel van het perceel van eisers filmt en dat inkijk in de woning onmogelijk is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eisers en dat gedaagden onvoldoende hebben aangetoond dat er een rechtvaardigingsgrond bestaat voor deze inbreuk. Er zijn praktische alternatieven mogelijk om het doel van beveiliging te bereiken zonder inbreuk op de privacy van eisers.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vordering. Gedaagden worden veroordeeld om binnen 48 uur de camera te verwijderen en het opnieuw plaatsen van een camera met zicht op het perceel van eisers wordt verboden. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.