Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.Het onderzoek ter terechtzitting
4.De beoordeling van de vordering
5.De toegepaste wettelijke bepalingen
6.De beslissing
€ 3.050,00 (zegge: drieduizendvijftig euro).
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 18 juni 2019 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de verdachte, die eerder veroordeeld is voor mensenhandel in de vorm van seksuele uitbuiting van vier vrouwen. De ontnemingsvordering werd ingesteld door de officier van justitie en betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Tijdens de zittingen op 28 mei en 11 juni 2019 heeft de rechtbank de vordering onderzocht en de verdachte gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van verhoren en bevindingen van de tactisch rechercheur.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de opbrengsten die de vrouwen moesten afstaan aan de verdachte, inclusief boetes die zij betaalden. Voor onduidelijke verdiensten is een gemiddelde van €100 per klant gehanteerd. Daarnaast is voordeel vastgesteld uit andere strafbare feiten met betrekking tot een vierde vrouw.
De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €3.050 en legt de verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Verrekening met schadevergoedingen aan benadeelden is uitgesloten in deze fase, maar kan in de executiefase worden aangevoerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van €3.050 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel en seksuele uitbuiting.