Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde sub 1],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
7.747,50(2,5 punt × tarief VII € 3.099,00)
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een civiele procedure tussen DIKW Services B.V. en andere vennootschappen (OC c.s.) tegen [Gedaagden], waaronder [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], over bestuurdersaansprakelijkheid. OC c.s. stelt dat [Gedaagden] onttrekkingen heeft gedaan aan het vermogen van OC c.s. zonder toestemming en zonder dat deze ten goede kwamen aan de ondernemingen, en dat deze onttrekkingen niet in rekening-courant zijn geboekt.
De rechtbank benoemde een deskundige die de rekening-courantpositie van [gedaagde sub 2] onderzocht en vaststelde dat deze negatief was tussen €1.251.040,00 en €1.542.296,00. Na verrekening van geïnde bedragen en correcties kwam de rechtbank tot een negatieve rekening-courantpositie van €1.207.997,00, exclusief managementvergoeding. OC c.s. vorderde betaling van €1.009.599,99, maar wijzigde dit later naar een meer subsidiaire vordering van €610.700,38.
De rechtbank oordeelde dat de onttrekkingen onrechtmatig waren en dat [gedaagde sub 2] haar taak als bestuurder niet behoorlijk had vervuld. [gedaagde sub 1] is als mede-bestuurder hoofdelijk aansprakelijk. De vordering van OC c.s. tegen de dochtervennootschappen van [gedaagde sub 2] werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Na verrekening van de koopsom van aandelen, de verkoop van een Audi TT en geïnde betalingen, werd [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €527.657,38 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Bestuurders [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €527.657,38 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatige onttrekkingen.