Verzoekster gebruikt de rechtervleugel van een voormalig woonzorgcentrum om vijf cliënten met gedragsproblemen en justitiële achtergrond tijdelijk te huisvesten en te begeleiden met het oog op terugkeer in de samenleving. Verweerder, het college van B&W van Arnhem, stelt dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan "Velperweg e.o.", dat de bestemming "Maatschappelijk" kent en alleen gezondheids- en welzijnszorg toestaat.
Verweerder heeft bij besluit van 4 juni 2019 last onder dwangsom opgelegd om de bewoning binnen vier weken te beëindigen en te voorkomen dat deze wordt uitgebreid. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateert dat onvoldoende feiten zijn vastgesteld over de aard van de huisvesting en begeleiding, en of deze valt onder maatschappelijke opvang met (therapeutische) behandeling zoals bedoeld in het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nader onderzoek door verweerder noodzakelijk is om te bepalen of sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Omdat verzoekster een groot belang heeft bij voortzetting van de huisvesting en er geen overlast is gemeld, wordt de last tot beëindiging geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De last om uitbreiding te voorkomen wordt niet geschorst. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel beroep.