ECLI:NL:RBGEL:2019:3518
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens opmerking over opnameapparatuur
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een arbeidsrechtelijke procedure, naar aanleiding van een opmerking van de kantonrechter tijdens een zittingsschorsing. De kantonrechter had aangegeven dat spullen in de zittingszaal mochten blijven liggen mits er geen opnameapparatuur werd achtergelaten. Verzoeker achtte deze opmerking vooringenomen en ongeschikt voor een onpartijdig oordeel, mede omdat de hoofdzaak ging over het vermeend heimelijk opnemen van gesprekken door verzoeker.
De kantonrechter verweerde zich door te stellen dat de opmerking een verwijzing was naar de huisregels en bedoeld was om de orde op de zitting te bewaken. De opmerking was niet ongebruikelijk en was uitsluitend gericht aan verzoeker omdat zijn gemachtigde de vraag had gesteld, terwijl de wederpartij de zittingszaal al bijna had verlaten.
De wrakingskamer overwoog dat de kantonrechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De opmerking betrof een normale handhaving van huisregels en gaf geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. De vrees van verzoeker was niet objectief gerechtvaardigd en berustte deels op een subjectieve interpretatie.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2019. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor vooringenomenheid.