ECLI:NL:RBGEL:2019:3628
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering man tot betaling wegens alimentatie en verrekening gezamenlijke bankrekening na echtscheiding
Partijen zijn in 1994 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd en hebben twee zoons. Na het vertrek van de man uit de gezamenlijke woning in 2016 gingen de kinderen bij hem wonen. De echtscheiding werd in 2017 uitgesproken met een convenant waarin afspraken over kinderalimentatie en afwikkeling van het huwelijkse vermogen zijn vastgelegd, inclusief een ouderschapsplan.
De man vordert betaling van alimentatie over de periode voorafgaand aan de echtscheidingsbeschikking en terugbetaling van een bedrag dat de vrouw meer zou hebben opgenomen van de gezamenlijke bankrekening dan gestort. De vrouw voert verweer en betwist de vorderingen.
De kantonrechter oordeelt dat de vrouw geen verplichting had tot betaling van alimentatie vóór de datum van de echtscheidingsbeschikking, omdat partijen dit zo hadden afgesproken. Ook wijst de rechter de vordering tot terugbetaling van geld van de gezamenlijke rekening af vanwege de finale kwijting in het convenant en het feit dat partijen hierover bindende afspraken hadden gemaakt tijdens mediation.
De man krijgt geen vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De kantonrechter benadrukt dat partijen een inspanningsverplichting hebben om in overleg te treden over toekomstige studiekosten van de kinderen.
Uitkomst: De vordering van de man tot betaling van alimentatie over de periode vóór de echtscheidingsbeschikking en terugbetaling van geld van de gezamenlijke bankrekening wordt afgewezen.