Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagden]
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 mei 2018,
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 oktober 2018,
- de conclusie na enquête,
- de antwoordconclusie na enquête.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiser de verwijdering van bomen die langs de erfgrens van de tuin van gedaagden staan. Gedaagden betogen dat de bomen al sinds januari 1995 boven de erfafscheiding uitgroeien en dat de vordering tot verwijdering daardoor is verjaard.
De rechtbank baseert haar oordeel op getuigenverklaringen van drie buurtgenoten en een boomtechnisch adviseur die unaniem verklaren dat de bomen al sinds begin jaren negentig aanzienlijk boven de erfgrens uitgroeien. De deskundige heeft de leeftijd van de bomen bepaald door jaarringen te tellen en concludeert dat de bomen in 2015 ruim 20 jaar oud waren.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek van eiser in januari 2015 tot verwijdering geen stuiting van de verjaring oplevert, omdat dit geen formele eis is. De dagvaarding van 9 juni 2017 vormt de eerste formele eis. Omdat de bomen reeds sinds 9 juni 1997 boven de erfgrens uitgroeien, is de vordering verjaard.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en op 29 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de bomen wordt afgewezen wegens verjaring.