In deze burenzaak staat centraal of tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten over het verwijderen van hoog opschietende bomen die te dicht bij de erfgrens staan. Eisers vorderen dat de rechtbank bevestigt dat een overeenkomst is gesloten en dat gedaagde verplicht is mee te werken aan de uitvoering daarvan.
De rechtbank stelt vast dat na een reeks correspondentie en een gesprek op 10 november 2017, partijen tot overeenstemming zijn gekomen over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. Gedaagde had aanvankelijk bezwaren en wilde aanpassingen, die door eisers zijn verwerkt. Hoewel gedaagde de overeenkomst niet heeft ondertekend, is volgens de rechtbank door zijn gedragingen en erkenning bij comparitie een overeenkomst tot stand gekomen.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde gebonden is aan de afspraken, waaronder het kappen van één dennenboom, tien of elf coniferen en één goudenregen direct boven het maaiveld, de kostenverdeling en de versteviging van de schutting. Indien een omgevingsvergunning vereist is, moet gedaagde daaraan meewerken. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot nakoming binnen vier weken en legt een dwangsom op bij niet-nakoming.