ECLI:NL:RBGEL:2019:370

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 februari 2019
Publicatiedatum
31 januari 2019
Zaaknummer
18_6733
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening verlenging termijn verwijdering kunstgrasrollen gemeente Maasdriel

Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde verzoekers een last onder dwangsom op om kunstgrasrollen met rubberkorrels of zand binnen zes weken van hun perceel te verwijderen en af te voeren naar een erkende locatie. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over verlenging van de termijn. De voorzieningenrechter schorst de eerdere ordemaatregel en bepaalt een nieuwe begunstigingstermijn tot 1 juli 2019. Dit geeft verzoekers de gelegenheid om te onderzoeken of verwerking van de kunstgrasrollen op korte termijn in Nederland mogelijk is en om voorbereidingen te treffen voor verwerking in Denemarken.

Verweerder onderzoekt ook de mogelijkheid van legale opslag in Nederland en stelt dat export toestemming van de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport vereist, met een doorlooptijd van circa vier maanden. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan verzoekers wordt vergoed.

Uitkomst: De begunstigingstermijn voor verwijdering van de kunstgrasrollen is verlengd tot 1 juli 2019.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/6733

uitspraak van de voorzieningenrechter van

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Bos),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2018 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd.
Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tegelijkertijd met het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], zaaknummer AWB 18/6777, plaatsgevonden op 24 januari 2019. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door V. Vaessen en mr. S. Haak.

Overwegingen

1. Verzoeker is eigenaar van het perceel [locatie] te [woonplaats]. Een gedeelte van het perceel heeft verzoeker verhuurd aan [bedrijf] (hierna: [bedrijf]), te [woonplaats] voor de opslag van kunstgrasrollen. Op 19 oktober 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente Maasdriel een controle uitgevoerd op het perceel en de kunstgrasrollen daar aangetroffen.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder verzoeker als eigenaar van het perceel gelast binnen zes weken na de verzenddatum van dit besluit:
- de kunstgrasrollen met rubber korrels of zand van zijn perceel aan de [locatie] in [woonplaats], kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, [kenmerk], te verwijderen en verwijderd te houden;
- de kunstgrasrollen af te voeren naar een locatie die een vergunning heeft voor de opslag van afvalstoffen (voor kunstgrasrollen die rubbergranulaat bevatten);
- vóór het afvoeren van de kunstgrasrollen contact op te nemen met de Omgevingsdienst Rivierenland, toezichthouder de heer H. Asmus;
- na het afvoeren van de kunstgrasrollen de begeleidingsformulieren te overleggen waaruit blijkt dat de kunstgrasrollen naar een erkende locatie zijn afgevoerd.
Indien na afloop van de begunstigingstermijn blijkt dat verzoeker hieraan niet voldoet verbeurt hij een dwangsom van € 30.000 ineens, zo staat in het bestreden besluit.
3. De begunstigingstermijn liep tot en met 31 december 2018. Omdat verweerder niet bereid was deze termijn te verlengen heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 21 december 2019 een ordemaatregel genomen waarbij het bestreden besluit is geschorst. Ter beoordeling staat nu of er aanleiding is deze schorsing al dan niet op te heffen of een andere voorziening te treffen.
4. Verzoeker stelt dat het onmogelijk is om tijdig aan de last te voldoen omdat er geen afvalverwerkende bedrijven met een milieuvergunning beschikbaar zijn om de kunstgrasrollen te recyclen. Zowel [bedrijf] als [bedrijf] te [bedrijf] hebben de recycling stilgelegd. De recentelijk gevormde ‘Alliantie van samenwerkende kunstgrasleveranciers en –aannemers’ (de Alliantie), zal de komende maanden met GBN verwerkingsfaciliteit voor verwerking van de Nederlandse kunstgrasvelden openen. De verwachting is dat de kunstgrasrollen op korte termijn bij deze faciliteit kunnen worden verwerkt, aldus verzoeker.
5. Verweerder stelt dat het [bedrijf] gelegenheid en bereidheid heeft om binnen enkele weken na totstandkoming van een opdracht daartoe, de kunstgrasrollen in te nemen en te verwerken. Voor het exporteren van de kunstgrasrollen is wel toestemming nodig van de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport in kader van de Europese Verordening inzake Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA). De doorlooptijd van aanvraag daarvoor zal circa 4 maanden bedragen. In dit licht verzoekt verweerder de schorsing op te heffen en een begunstigingstermijn te bepalen van vijf maanden na datum van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. Verweerder onderzoekt daarnaast ook of legale opslag niet toch binnen Nederland mogelijk is. Wanneer dat het geval is, voldoet een begunstigingstermijn van twee maanden vanaf de datum van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
6. Partijen zijn het erover eens, zo is ter zitting gebleken, dat de begunstigingstermijn moet worden opgeschort en verschillen van mening over de lengte van die termijn. De voorzieningenrechter zal, zoals overeengekomen ter zitting, de begunstigingstermijn opschorten tot 1 juli 2019. In de periode tot die datum kan contact worden opgenomen met GBN en de Alliantie om te onderzoeken of verwerking in Nederland op korte termijn mogelijk is. Verder kan ook contact worden opgenomen met [bedrijf] in Denemarken om na te gaan of op korte termijn de kunstgrasrollen daar verwerkt kunnen worden. Ook zal verzoeker alvast toestemming vragen aan de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport voor het exporteren van de kunstgrasrollen naar Denemarken.
7. Om de verlenging van de begunstigingstermijn te bereiken, zal de voorzieningenrechter de bij uitspraak van 21 december 2018 getroffen ordemaatregel opheffen en zal hij een nieuwe voorziening treffen die ertoe strekt dat de begunstigingstermijn in het bestreden besluit wordt verlengd tot 1 juli 2019.
8. Mocht tegen 1 juli 2019 blijken dat die begunstigingstermijn niet lang genoeg is geweest, dan kan verzoeker natuurlijk een nieuw verzoek doen. Bij dat verzoek kan dan worden ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek naar de verwerking van de kunstgrasrollen in Nederland en op de verwerking in Denemarken.
9. De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1) en aan reiskosten op
€ 32,82.
10. Tevens zal worden bepaald dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht dient te vergoeden

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • heft de bij uitspraak van 21 december 2018 getroffen ordemaatregel op;
  • treft de voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn wordt bepaald op 1 juli 2019;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker ten bedrage van
€ 1.056,82;
- bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht groot € 170 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van W.C. Knoester, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.