De rechtbank Gelderland behandelde een ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor schuldheling van gestolen champagne. De officier van justitie vorderde een betaling van €22.504,00 als wederrechtelijk verkregen voordeel, welke na overlegging van financiële gegevens door de verdediging werd gematigd tot €7.232,39.
De verdediging verzocht primair om niet-ontvankelijkverklaring of afwijzing van de vordering, verwijzend naar de bepleite vrijspraak, en subsidiair om verlaging van het bedrag vanwege onjuiste opbrengstberekeningen en het niet in mindering brengen van kosten zoals veilingkosten en inkomstenbelasting.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde zich schuldig had gemaakt aan het verwerven en verkopen van flessen champagne en andere wijnen waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze uit een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank volgde de verdediging in het oordeel dat de politiecalculaties onvolledig waren en nam de door de verdediging overgelegde omzet- en kostenoverzichten als uitgangspunt.
Op basis hiervan werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €7.232,39, gelijk aan de nettowinst na aftrek van kosten en belasting. De rechtbank legde de verplichting op aan de veroordeelde om dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens werd een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur opgelegd.