ECLI:NL:RBGEL:2019:4014
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.C.G. Derksen
- L. van Gijn
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhavingsverzoeken tegen NS inzake verwerking persoonsgegevens voordeelurenabonnement, regeling geld terug bij vertraging en niet-persoonlijke OV-chipkaart
Eiser verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (verweerder) om handhavend op te treden tegen de NS wegens vermeende overtredingen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) bij drie verwerkingen: voordeelurenabonnementen, regeling geld terug bij vertraging (GTBV) en niet-persoonlijke OV-chipkaarten. Verweerder wees de verzoeken af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank toetste of de NS op grond van artikel 8 Wbp Pro een rechtsgrond had voor de verwerking en of de verwerking voldeed aan de noodzakelijkheidstoets, inclusief proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank concludeerde dat de verwerking noodzakelijk was voor de uitvoering van de overeenkomst tussen NS en reiziger, en dat de inbreuk op privacy niet onevenredig was.
Voor het voordeelurenabonnement motiveerde verweerder dat verwerking van reisgegevens noodzakelijk is voor controle op naleving van de voorwaarden, fraude- en misbruikbestrijding. Alternatieven zoals zichtkaarten werden als minder effectief en minder efficiënt beoordeeld. Voor de niet-persoonlijke OV-chipkaart werd geoordeeld dat verwerking van reisgegevens noodzakelijk is voor controle en dat betaling met contant geld en toeslag voor bankbiljetten niet onevenredig bezwarend is.
Ten aanzien van de regeling GTBV werd vastgesteld dat verwerking van reisgegevens en pasnummer noodzakelijk is voor controle van vertragingclaims. Alternatieven zoals eenmalige chipkaarten zijn mogelijk maar minder praktisch. De rechtbank bevestigde dat de NS zich houdt aan de Gedragscode verwerking persoonsgegevens OV-chipkaart en dat de belangenafweging in het voordeel van de NS uitvalt. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen het niet-handhaven van de NS ongegrond en bevestigt dat geen overtreding van de Wbp is vastgesteld.