ECLI:NL:RBGEL:2019:4315
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in hoofdzaak
De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland heeft op 4 september 2019 beslist over een wrakingsverzoek van verzoeker tegen de kantonrechter die uitspraak deed in de hoofdzaak met zaaknummer 6920610 \\ CV EXPL 18-1839 \\ 36633. Het wrakingsverzoek werd ingediend op 14 juli 2019, na de einduitspraak van de kantonrechter op 14 juni 2019.
Verzoeker stelde dat de kantonrechter de verplichtingen van het Hof van Justitie had genegeerd. De wrakingskamer overwoog dat wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld, maar dat een verzoek dat na de einduitspraak is ingediend volgens het Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland en jurisprudentie van de Hoge Raad niet-ontvankelijk is.
Omdat de hoofdzaak op 14 juni 2019 was afgesloten met een einduitspraak, en het wrakingsverzoek pas daarna werd ingediend, werd verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dit bleef zo ook ondanks het verzoek om herstel van een kennelijke fout in de hoofdzaak, aangezien dit de datum en inhoud van de uitspraak niet wijzigt.
De wrakingskamer zag daarom af van een mondelinge behandeling en deed direct uitspraak. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat het verzoek na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.