ECLI:NL:RBGEL:2019:4412
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens onvoldoende bewijs herstel schade auto
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die is gebaseerd op een hertaxatie van zijn auto, waarbij een waardevermindering van 77% van de schade werd gehanteerd. Eiser stelde dat een deel van de schade vóór de controle was hersteld en dat daarom 100% van de schade in mindering gebracht moest worden. De rechtbank oordeelt dat eiser de bewijslast draagt voor het herstel van de schade binnen de wettelijke termijn van zes werkdagen na aangifte.
Tijdens de zitting bleek dat eiser geen facturen of bewijsstukken kon overleggen waaruit herstel van de schade bleek. De hertaxateur van de Belastingdienst kon niet vaststellen of herstel had plaatsgevonden. De rechtbank acht het taxatierapport van de Belastingdienst daarom betrouwbaar en wijst het beroep af.
Daarnaast faalde eiser in het leveren van tegenbewijs dat de waardevermindering meer dan 72% van het schadebedrag bedraagt. De enkele verwijzing naar de leeftijd van de auto en kilometerstand was onvoldoende. De rechtbank bevestigt het bewijsvermoeden dat waardevermindering 72% van het schadebedrag bedraagt, conform de Uitvoeringsregeling BPM.
De naheffingsaanslag wordt niet vernietigd of verminderd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Smit op 30 september 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van herstel van schade en waardevermindering.