Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 oktober 2019 in de zaak tussen
[Naam A] , te [woonplaats] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
ofduurzaam verblijf na een ononderbroken periode van vijf jaar legaal verblijf in Nederland. Het betreft dus aparte categorieën, aldus eiseres.
Verder heeft het Hof [van Justitie] in de punten 34 en 37 van het arrest Alarape en Tijani [6] overwogen dat familieleden van een burger van de Unie die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten, slechts een duurzaam verblijfsrecht kunnen verwerven als die burger ten eerste zelf aan de voorwaarden van artikel 16, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn voldoet, en ten tweede, bedoelde familieleden tijdens de betrokken periode bij hem hebben gewoond. Hieruit volgt volgens het Hof dat alleen de perioden van verblijf van de bedoelde familieleden waarin zij voldoen aan de vereisten van artikel 7, tweede lid, van de Verblijfsrichtlijn, in aanmerking kunnen worden genomen voor de verkrijging van een duurzaam verblijfsrecht.”