Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[Naam A] , te [woonplaats] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van Beuningen, verweerder.
Procesverloop
.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster woont permanent in een recreatiewoning op een vakantiepark, hetgeen in strijd is met het geldende bestemmingsplan dat recreatief gebruik voorschrijft. Het college van burgemeester en wethouders van Beuningen heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd om de permanente bewoning binnen zes maanden te beëindigen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de last op te schorten. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of het belang van verzoekster zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij handhaving.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft omdat geen concreet zicht is op legalisatie van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van verzoekster onvoldoende zwaarwegend zijn om handhaving te weigeren. De termijn van zes maanden wordt als redelijk beschouwd om alternatieve woonruimte te vinden.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de last tot beëindiging permanente bewoning blijft van kracht.