Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 11 februari 2019
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over de jaren 2010 tot en met 2014, en
- omzetbelasting over de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014.
Overwegingen
- inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2005 tot en met 2007 en
- omzetbelasting van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007.
“Met ingang van 12 februari 2009 dient u een kasboek bij te houden (dagelijks) en dient hier
ook de saldo’s (begin- en eindsaldo per dag) te vermelden.”
- inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2010 tot en met 2014;
- omzetbelasting van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014 en
- loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014.
De opbrengsten worden grotendeels contant ontvangen.
€ 22.323,09 =
afwijking laten zien. Er is onvoldoende aangetoond hoeveel leerlingen lessen hebben gevolgd en hoeveel geld er door de leerlingen is betaald. Het CBR kan alleen informatie geven over de hoeveelheid leerlingen die examen hebben gedaan en de examengelden. Voor de Belastingdienst wordt uit de kasadministratie niet duidelijk hoeveel lessen er zijn gegeven, omdat de originele documenten die tot de administratie behoorden weg zijn gegooid. Er is eerder al gebleken dat belanghebbende namelijk een lijst afgevinkte waarop stond wie wel en wie niet betaald had. De totalen werden vervolgens ingeboekt in een Excel-bestand en de rest werd weggegooid.
Geschil
Is de informatiebeschikking terecht afgegeven?
Beslissing
mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 11 februari 2019
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;