Uitspraak
[gedaagde] ,
Rechtbank Gelderland
Het CAK vordert betaling van een eigen bijdrage van €1.710,47 van de bewindvoerder over de goederen van een cliënt die in een verpleeghuis verblijft. De bewindvoerder voert aan dat de eigen bijdrage op nihil gesteld had moeten worden vanwege een Participatiewet-uitkering en dat een verzoek tot peiljaarverlegging niet in behandeling is genomen.
De rechtbank oordeelt dat de beschikking van het CAK formele rechtskracht heeft gekregen omdat er geen tijdig bezwaar is gemaakt. De enkele stelling dat de cliënt vanwege zijn gezondheid niet in staat was zijn financiële zaken te regelen, is onvoldoende om een uitzondering op de formele rechtskracht te rechtvaardigen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door het CAK en de rechtbank is niet bevoegd hierover te oordelen. De gevorderde hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten worden toegewezen, en de bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de eigen bijdrage, wettelijke rente en incassokosten, met bevestiging van de formele rechtskracht van de beschikking van het CAK.