Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoeker],
wonende te [adres], [postcode] [woonplaats],
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van een schuldsaneringsregeling met een dwangakkoord tegen een particuliere schuldeiser die niet akkoord ging met het voorstel. De regeling voorzag in een betaling van circa 6% aan concurrente schuldeisers en 13% aan preferente schuldeisers. Verzoeker stelde dat de regeling gunstiger was dan de wettelijke regeling vanwege lagere kosten.
De particuliere schuldeiser, tevens verhuurder van verzoeker, weigerde instemming vanwege het moeizame huurdersverleden, onbetaalde huur en borg, en twijfels over de berekening van het vrij te laten bedrag. Ook ontving hij minder door een te hoog vastgestelde beslagvrije voet.
De rechtbank oordeelde dat de schuldeiser een aanzienlijk belang heeft bij zijn weigering, mede door de omvang van zijn vordering en de persoonlijke omstandigheden. De financiële voordelen van het akkoord wogen niet zwaarder dan het belang van de schuldeiser. Verzoeker kan via de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog een schuldenvrije toekomst nastreven.
Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. Een apart vonnis zal volgen over de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord afgewezen omdat particuliere schuldeiser in redelijkheid weigert in te stemmen.