Uitspraak
3 Bewezenverklaring
of omstreeks1 augustus 2019 te Rekken,
althans in de gemeente Berkelland
en/of met zware mishandeling en/of met verkrachting, door met een
(insuline
)naald/pen,
althans met en scherp voorwerp,gooiende en/of prikkende bewegingen te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en
/ofdaarbij die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "als ik je spuit dan ga je dood" en
/of"ik maak je dood"
en/of "ik ga je verkrachten";
of omstreeks1 augustus 2019 te Rekken,
althans in de gemeente Berkelland
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/ofmet verkrachting, door
met een (insuline)naald/pen, althans met en scherp voorwerp, gooiende en/of prikkende bewegingen te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en/of daarbijdie [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen
"als ik je spuit dan ga je dood" en/of "ik maak je dood" en/of"ik ga je verkrachten".
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van de straf
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
- een
- beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
heft ophet bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.
wijst af de vordering tot schadevergoedingten bedrage van € 600,00 (zeshonderd euro) schadevergoeding, ingediend door de
benadeelde partij [slachtoffer].
verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 2 augustus 2019 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 26 oktober 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden (18/720287-16).
- wijst af de vorderingvan de officier van justitie van 2 augustus 2019, strekkende
tot tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2019 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden (parketnummer 18/720307-18); - verlengt de proeftijdals vermeld in het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2019 (parketnummer 18/720307-18)
met een termijn van 1 (één) jaar.