Uitspraak
Stichting SSHN
Rechtbank Gelderland
Stichting SSHN verhuurde sinds 2014 een studentenwoning aan [gedaagde], die in april 2018 afstudeerde. SSHN vroeg of hij nog student was, waarop [gedaagde] meldde tijdelijk geen student te zijn, maar per 1 januari 2019 als promovendus te starten. SSHN zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik, omdat de woning uitsluitend bestemd is voor studenten.
[gedaagde] betwistte dat hij geen student meer was en voerde aan dat het begrip student ruim moest worden uitgelegd, mede omdat promovendus zijn studie voortzet. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] niet meer voldeed aan de definitie van student in de huurovereenkomst en wet, waardoor sprake was van een tekortkoming.
Echter, de tekortkoming was van onvoldoende gewicht voor ontbinding, mede gelet op de omstandigheden van [gedaagde], zijn geringe inkomen en medische aandoening. SSHN mocht daarom niet ontbinden, maar wel opzeggen op grond van dringend eigen gebruik. De rechtbank stelde het einde van de huurovereenkomst vast op 31 januari 2020 en veroordeelde [gedaagde] tot ontruiming. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, maar de opzegging wegens dringend eigen gebruik wordt toegewezen met einde huurovereenkomst op 31 januari 2020.