De Coöperatie Mobilisation for the Environment stelde beroep in tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen verleende voor de oprichting van een pluimveehouderij met 84.800 vleeskuikens. De vergunning betrof de eerste fase, milieuaspecten, waarbij onder meer geur- en geluidoverlast werden bestreden.
De rechtbank oordeelde dat het stalsysteem waarvoor vergunning werd gevraagd correct was toegepast en dat de geuremissienorm juist was gehanteerd. Het geluidonderzoek, gebaseerd op de Handreiking industrielawaai, voldeed aan de normen en de geluiddemping van windkappen was adequaat onderbouwd. Ook de beoordeling van de volksgezondheid, met name de toetsing aan endotoxinen, was voldoende gemotiveerd.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de vergunning onjuist was omdat het verplichte geluidcontrolevoorschrift voor een IPPC-installatie met meer dan 40.000 dieren ontbrak. Dit was in strijd met artikel 5.5, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het geluidcontrolevoorschrift ontbrak, met de opdracht aan verweerder om een nieuw besluit te nemen. De overige beroepsgronden werden afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.