Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 21 januari 2019;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 29 januari 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E. Troost, rechter in de rechtbank Gelderland, vanwege vermeende vooringenomenheid en een laatdunkende houding tijdens eerdere zittingen. Het verzoek betrof de behandeling van een zaak over de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige dochter.
De rechter heeft het wrakingsverzoek gemotiveerd weersproken en verklaard onafhankelijk en onpartijdig te kunnen oordelen. De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvan.
Hoewel het wrakingsverzoek te laat was ingediend, werd het toch in behandeling genomen vanwege de naderende zitting. De kamer concludeerde dat het verzoek vooral betrekking had op procedurele beslissingen die niet via wraking kunnen worden aangevochten, maar via hoger beroep.
Er werden geen concrete feiten aangevoerd die vooringenomenheid aantonen. Het enkele feit dat de rechter eerder in het nadeel van verzoeker had beslist, is onvoldoende. Ook de vermeende laatdunkende uitlatingen werden niet onderbouwd en door de rechter ontkend.
De wrakingskamer bevestigde dat landelijke afspraken gelden om zoveel mogelijk dezelfde rechter te laten oordelen over zaken betreffende één minderjarige. De conclusie was dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid aanwezig zijn en het wrakingsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees van partijdigheid.