ECLI:NL:RBGEL:2019:5666

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2019
Publicatiedatum
6 december 2019
Zaaknummer
05/740017-19
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen bij bewusteloosheid

Op 5 december 2019 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen op een slachtoffer in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn. Het tenlastegelegde feit betrof het betasten van de vagina van het slachtoffer op of omstreeks 8 september 2018 te Apeldoorn.

De officier van justitie stelde dat het bewijs, bestaande uit de verklaring van het slachtoffer en WhatsApp-berichten van verdachte na het incident, voldoende was om tot veroordeling over te gaan. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte wist van de bewusteloze toestand van het slachtoffer.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar werd geacht, het dossier en de verklaring van verdachte onvoldoende bewijs boden dat verdachte zich bewust was van de toestand van het slachtoffer. Hierdoor kon het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen worden en werd verdachte vrijgesproken.

Daarnaast werd de civiele vordering tot schadevergoeding van €2.250 door het slachtoffer afgewezen wegens de vrijspraak, waarbij werd opgemerkt dat de vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig gemaakt kan worden.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Zutphen op 5 december 2019.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de bewusteloze toestand van het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/740017-19
Datum uitspraak : 5 december 2019
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Raadsman: mr. W.L.M. Fleuren, advocaat te Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 21 november 2019.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 08 september 2018 te Apeldoorn, met [slachtoffer] ,
van wie verdachte wist dat deze in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn (slaap) verkeerde,
één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van haar vagina.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verklaring van aangeefster [slachtoffer] is authentiek en betrouwbaar en wordt ondersteund door de WhatsApp-berichten die verdachte na het incident naar [slachtoffer] heeft gestuurd.
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte [slachtoffer] heeft aangerand terwijl zij sliep.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat zij de verklaring van aangeefster [slachtoffer] weliswaar betrouwbaar acht, maar dat zij op basis van het dossier en wat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, niet kan vaststellen dat verdachte wist dat [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn (slaap) verkeerde.
Het tenlastegelegde feit kan daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank zal verdachte vrijspreken.
3. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van
€ 2.250.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tot een bedrag van € 2.250 toegewezen wordt, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

4.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
verklaart de
benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijkin haar vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Yeniay-Cenik (voorzitter),
mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker, rechters,
in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op
5 december 2019.