Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- de minicamping ten onrechte niet wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing (sub f);
- verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt of er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, omdat in het besluit de ‘Beleidsregels parkeernormen Bronckhorst’ niet zijn betrokken. Volgens eiser moeten afgerond 20 parkeerplaatsen worden aangelegd, en hij betwijfelt of deze allemaal op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd (sub g);
- de toegangsweg geen erftoegangsweg in verkeerskundige zin is maar een oprit c.q. oprijlaan. De toename in verkeersbewegingen bovenop het bestaande aantal verkeersbewegingen is zeer hinderlijk, aldus eiser (sub h);
- verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd op welke wijze met de monumentale waarden rekening wordt gehouden, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatie en de inrichting hiervan en de landschappelijke inpassing van de parkeerplaatsen. Volgens eiser is het kampeerterrein ontsierend ten opzichte van rijksmonument [landgoed] en had het op de weg van verweerder gelegen om de monumentencommissie om advies te vragen (sub i, j en l);
- in de omgevingsvergunning geen voorwaarden zijn gesteld aan de locatie van het kampeerterrein, zodat verweerder zich ook niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat eventuele overlast beperkt is (sub i).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 22 januari 2019;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024;
- draagt verweerder op het griffierecht van € 174 aan eiser te vergoeden.