Uitspraak
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
Daartoe heeft verzoeker aangevoerd:
1) dat de rechter verzoeker onvoldoende spreekruimte heeft geboden, waardoor het proces-verbaal thans een onjuiste voorstelling van de huidige situatie geeft;
Rechtbank Gelderland
In deze zaak verzocht de vader de wraking van de rechter die betrokken was bij een bodemprocedure over vervangende toestemming voor verhuizing en wijziging van de zorgregeling van hun minderjarige kinderen. De vader stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door onvoldoende spreekruimte te bieden, niet in te gaan op zijn verzoek om apart te worden gehoord, een e-mailbericht van de kinderen toe te laten en advies te vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming die niet bij het gezin betrokken is.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat niet snel wordt aangenomen. Het proces-verbaal werd als juist beschouwd en de vader had onvoldoende onderbouwing gegeven. De kamer concludeerde dat de vader voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te uiten en dat het vragen van advies aan de Raad voor de Kinderbescherming gebruikelijk en wettelijk toegestaan is.
Ook de procedurele beslissingen van de rechter, zoals het toelaten van het e-mailbericht en het niet apart horen van de vader, waren niet onjuist of onbegrijpelijk in die mate dat dit duidt op partijdigheid. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en verklaarde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.