ECLI:NL:RBGEL:2019:5940
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidie beschermd wonen ten onrechte lager vastgesteld door gemeente
De gemeente stelde de subsidie voor beschermd wonen over 2016 vast op een lager bedrag dan aanvankelijk verleend, omdat zij meende dat de activiteiten waarvoor subsidie was verleend niet geheel hadden plaatsgevonden. De subsidie was verleend voor 33 plaatsen beschermd wonen, maar in 2016 waren feitelijk slechts 27 plaatsen gerealiseerd. Eiseres betwistte dat de activiteiten niet geheel hadden plaatsgevonden, omdat zij 33 plaatsen beschikbaar had voor zorg en plaatsing.
De rechtbank beoordeelde of de gemeente terecht de subsidie had verlaagd. Volgens artikel 4:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet de subsidie worden vastgesteld overeenkomstig de subsidieverlening, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. De beschikking verwees naar de subsidieaanvraag waarin 33 plaatsen beschikbaar waren gesteld, niet naar feitelijke realisatie.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente ten onrechte de subsidie had verlaagd omdat de activiteiten wel hadden plaatsgevonden in de vorm van beschikbaarheid van 33 plaatsen. Het besluit op bezwaar werd vernietigd en de gemeente werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de subsidie vernietigd.