De werknemer trad in 1999 in dienst bij Synbra als Managing Director met een hoog salaris. In 2018 ontving hij een eenmalige bruto betaling van €400.000, gekoppeld aan de verkoop van Synbra aan BEWI Group AB. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar verschilden over de vraag of deze betaling als variabele looncomponent moest worden meegeteld bij de transitievergoeding.
Synbra stelde dat het een eenmalige betaling was in het kader van de verkoop, zonder individuele afspraken over prestatieafhankelijke doelstellingen, en dus geen variabele looncomponent. De werknemer betoogde dat de betaling onderdeel was van een incentive scheme gekoppeld aan de winst en zijn functioneren, en dus wel als variabele loon moest worden beschouwd.
De kantonrechter analyseerde de relevante wet- en regelgeving omtrent het loonbegrip bij transitievergoeding, waarbij variabele looncomponenten alleen meetellen als zij overeengekomen zijn en afhankelijk van functioneren of bedrijfsresultaat. Hoewel de betaling samenhing met de verkoopopbrengst, was niet vastgesteld dat er een overeenkomst bestond tussen werkgever en werknemer over deze betaling als variabele looncomponent.
Daarom werd geoordeeld dat de betaling niet als overeengekomen variabele looncomponent kan worden aangemerkt en niet meetelt bij de transitievergoeding. De kantonrechter wees het verzoek toe met de conclusie dat de betaling van €400.000 niet in de berekening van de transitievergoeding wordt betrokken.