Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 20 september 2018 en een op 25 februari 2019 ingekomen wijziging van het verzoekschrift
- het verweerschrift van de zijde van NH 1816
- het verweerschrift van de zijde van ASR tevens houdende een zelfstandig verzoek als bedoeld in artikel 282 lid 4 Rv Pro
- de emailberichten van 8, 11 en 14 mei 2019 van de zijde van [verzoekster]
- het emailbericht van 14 mei 2019 van de zijde van ASR
- de mondelinge behandeling van 15 mei 2019. Verschenen zijn [verzoekster] , bijgestaan door
2. De feiten
Geneeskundig rapport:
(…)
(…)
d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
geen noemenswaardigelast van hoofdpijnklachten.
Ze had ook voor het eerste ongeval wel eens hoofdpijnklachten, met name wanneer het druk was geweest en ze proefwerken moest maken of tentamens. Het was een signaal dat ze te lang had geleerd. Het betrof een licht drukkende, frontaal gelokaliseerde hoofdpijn met een NRS-score 1.Het is niet uitgesloten dat zij een en ander ook nu nog zou kunnen hebben in vergelijkbare situaties. Tendomyogene hoofdpijnklachten komen bovendien in de populatie veel voor. Na
de tweede aanrijdingis de hoofdpijn in ernst toegenomen en ook van karakter veranderd, waarmee overigens niet gezegd wordt dat daarmee ook een neurologisch substraat voor deze klachten kan worden aangegeven. Er is nu een relatie in tijd.
Interpretatie beschikbare informatie, overwegingen en advies