Op 18 december 2016 werd het slachtoffer in Arnhem aangevallen met een mes, waarbij hij ernstig letsel opliep. Verdachte werd ervan verdacht deze poging tot moord te hebben gepleegd met voorbedachten rade. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vijf jaar en terbeschikkingstelling wegens een psychose bij verdachte.
De verdediging betwistte het bewijs en vroeg vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was: getuigenverklaringen waren tegenstrijdig, het signalement van de dader kwam niet overeen met verdachte, en forensisch onderzoek leverde geen aanwijzingen op. De verklaring van een getuige was bovendien onbetrouwbaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij omdat niet overtuigend kon worden vastgesteld dat hij het feit had gepleegd. De civiele schadevordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.