Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking
hierna te noemen: de rechters.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland, stellende dat de rechters in strijd met artikel 39 lid 3 Rv Pro hadden gehandeld door slechts een e-mail te sturen zonder controleerbare motivering, wat volgens verzoeker leidde tot vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat deze stellingen feitelijk onjuist waren, aangezien op 29 oktober 2019 een ondertekende en in het openbaar uitgesproken beslissing was genomen. De e-mail van 30 oktober 2019 was slechts een mededeling van die uitspraak.
Verder is het wrakingsverzoek ingediend nadat de wrakingskamer reeds een einduitspraak had gedaan, hetgeen volgens de wet niet mogelijk is. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en werd het verzoek niet inhoudelijk behandeld.
De wrakingskamer wees ook het verzoek tot nietigverklaring van de wrakingsprocedure af, omdat dit niet tot de mogelijkheden behoort. De beslissing werd op 12 december 2019 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat reeds een eindbeslissing is gegeven.