ECLI:NL:RBGEL:2019:6247

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 december 2019
Publicatiedatum
21 januari 2020
Zaaknummer
05/882029-16 ontn
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij productie amfetamine via Leuckartmethode

De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. Dit voordeel werd berekend op €74.466,35 en vervolgens verdeeld over zes medeplegers.

Tijdens de zitting op 26 november 2019 heeft de rechtbank het bewijs en de berekeningen onderzocht, waaronder de vondst van grondstoffen en productiemiddelen in een loods, rapporten van het NFI en LFO, en de huurkosten van het laboratorium.

De rechtbank stelde vast dat vanaf februari 2017 op grote schaal amfetamine werd geproduceerd uit BMK via de Leuckartmethode. Op basis van de hoeveelheid formamide, BMK en aangetroffen amfetamineolie werd de totale opbrengst geschat op €264.000,00, met productiekosten en huurkosten van €86.561,03.

Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel bedroeg derhalve €177.438,47. Omdat veroordeelde samen met vijf anderen medepleger was en geen nadere verdeling gaf, werd het voordeel pondspondsgewijs toegerekend, resulterend in een ontnemingsvordering van €29.573,07.

De rechtbank legde deze betaling op aan veroordeelde en baseerde haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €29.573,07 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/882029-16
Datum zitting : 26 november 2019
Datum uitspraak : 30 december 2019
Tegenspraak
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] [woonplaats] ,
raadsman: mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op
€ 74.466,35.

2.De procedure

Ter terechtzitting van 26 november 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

3.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 26 november 2019 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen.
De officier van justitie, mr. J. Veenendaal, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

4.De beoordeling van de vordering

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voor de onderbouwing van de ontnemingsvordering verwezen naar de berekening die is uiteengezet in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict, ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van 24 maart 2018 (hierna: het rapport). In het rapport is het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op € 74.466,35. De officier van justitie heeft verzocht het verkregen voordeel pondspondsgewijs toe te rekenen aan veroordeelde en diens vijf medeveroordeelden.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering afgewezen dient te worden, nu niet kan worden vastgesteld dat veroordeelde geld heeft verdiend met de strafbare feiten waarvan hij werd verdacht.
4.3
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 30 december 2019 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde onder andere ter zake van het produceren van amfetamine is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de productie van amfetamine als eindproduct. [1]
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de stoffen en voorwerpen die tijdens een doorzoeking op 11 april 2017 in de loods gelegen aan de [adres 2] in Terborg zijn aangetroffen en neemt voorts de verhoudingen tussen grondstoffen en eindproduct over zoals die in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel tot uitgangspunt zijn genomen. [2] Gelet op de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat de rechtbank ervan uit dat op grote schaal amfetamine werd vervaardigd uit BMK via de Leuckartmethode. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat er in ieder geval vanaf februari 2017 is geproduceerd.
Opbrengst
Bij de vervaardiging van amfetamine via de Leuckartmethode wordt BMK met formamide gekookt. In de loods zijn zes lege 200 liter en zes lege 220 liter vaten aangetroffen met een ‘formamide’ etiket. Nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, gaat de rechtbank ervan uit dat deze vaten vol zijn geweest, en er dus 2520 liter formamide beschikbaar is geweest voor de productie van amfetamine. Nu er ten tijde van de doorzoeking werd geproduceerd en er in dat proces formamide werd gebruikt, zal de rechtbank in het voordeel van verdachte twee lege 220 liter vaten niet mee tellen in de berekening en veronderstellen dat die 440 liter op dat moment nog niet in amfetamine was omgezet en verkocht. Bij de schatting wordt daarom uitgegaan van 2.080 liter formamide (6 x 200 liter + 4 x 220 liter).
In overeenstemming met de door het NFI verstrekte en ook in het berekeningsrapport tot uitgangspunt genomen informatie dat bij de productie per liter ruwe BMK 1,5 liter formamide wordt verbruikt, gaat de rechtbank ervan uit dat bij de productie 1.386,6 liter ruwe BMK is gebruikt. De BMK-zuiverheid is door het NFI bepaald op 92,81% . Dat betekent dat een hoeveelheid van 1.286,9 liter zuivere BMK is geproduceerd. Nu 1 liter zuivere BMK ongeveer 0,4 liter zuivere amfetaminebase oplevert, moet 514,76 liter zuivere amfetaminebase zijn geproduceerd (1286,9 liter x 0,4 liter).
In de loods en in de woning van veroordeelde is in totaal circa 294,7 liter amfetamineolie aangetroffen (145 + 131 + 16,2 + 2,5 liter). [3] De geproduceerde, niet aangetroffen hoeveelheid amfetamineolie, betreft aldus 220 liter (514,76 liter - 294,7 liter, afgerond naar beneden). De gemiddelde groothandelsprijs van amfetamineolie af laboratorium is € 1.200,00 per liter.
Gelet op het voorgaande bedraagt de totale opbrengst € 264.000,00 (220 liter x € 1.200,00).
Kosten
Bepaalde kosten kunnen in mindering op de opbrengst worden gebracht.
Uit de analyses van het NFI blijkt dat er APAA werd aangetoond in monsters. [4] Gelet daarop acht de rechtbank het aannemelijk dat BMK werd verkregen uit APAA. Met die methode bedragen de productiekosten per 1 liter gebruikte BMK € 111,60. De kosten voor het gebruik van hardware bedragen € 15,50 per liter. De kosten per liter BMK bedragen dus € 127,10 (€ 111,60 + € 15,50). Voor de productie van 1 liter amfetamineolie is 2,69 liter BMK nodig. Dat maakt dat voor de productie van 220 liter amfetamineolie 591,8 liter (220 liter x 2,69 liter) BMK nodig is geweest. Dat maakt dat de totale productiekosten voor 220 liter amfetamineolie € 75.217,78 (591,8 liter x € 127,10) bedragen.
Daarnaast zijn er huurkosten gemaakt. Het huurcontract is ingegaan op 1 januari 2017. [5] De rechtbank rekent voor de opbouw van het laboratorium en het in productie brengen van de amfetamineolie 1 maand. De huurkosten over de maanden februari 2017 tot 11 april 2017 komen dan voor aftrek in aanmerking (circa 2,5 maand). De maandhuurprijs bedroeg € 4.537,50. Dat maakt dat de totale kosten voor de huur € 11.343,75 (2,5 maand x € 4.537,50) bedragen.
Gelet op het voorgaande bedragen de totale kosten € 86.561,03 (€ 75.217,78 + € 11.343,75).
Netto opbrengst
Gelet op de opbrengst en de kosten bedraagt het voordeel:
Totale opbrengst : € 264.000,00
Totale kosten -/- : € 86.561,53
Voordeel : € 177.438,47
De rechtbank zal vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 177.438,47.
Verdeling
In het veroordelend vonnis heeft de rechtbank bewezen verklaard dat sprake was van medeplegen met vijf anderen. Nu veroordeelde geen inzicht heeft gegeven in de betrokkenheid van meer anderen en de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel, zal de rechtbank het verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen, in die zin dat veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van één zesde deel van het verkregen voordeel, zijnde € 29.573,07.

5.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 29.573,07 (zegge: negenentwintigduizend vijfhonderddrieënzeventig euro en zeven cent);
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 29.573,07 (zegge: negenentwintigduizend vijfhonderddrieënzeventig euro en zeven cent).
Deze uitspraak is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn (voorzitter), mr. T. Bertens en
mr. A. van der Hilst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 december 2019.
mr. T. Bertens is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaal nummer 2016570525, gesloten op 18 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 420-434 en het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 24 maart 2018, (m.n.) p. 11-14.
3.Het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 422-424, 425, het proces-verbaal, p. 7331 en het NFI-rapport, p. 551.
4.Het NFI-rapport, p. 559.
5.De huurovereenkomsten, p. 16-17 en 1407-1408 (Z) .