Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 oktober 2018
- de producties namens [eiseres in conventie / verweerster in reconventie] van 25 februari 2019
- de akte aanvulling eis, tevens overlegging producties namens [eiseres in conventie / verweerster in reconventie] van 17 maart 2019
- het verkort proces-verbaal van comparitie van 2 april 2019.
2.De feiten
- dat de man [[naam 1], aanvulling rechtbank] en de vrouw [[eiseres in conventie / verweerster in reconventie], aanvulling rechtbank] op 10 mei 1979 zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden (…);
- dat thans de man en de vrouw het verschil tussen hun vermogens, ontstaan tijdens hun huwelijk, wensen op te heffen en zo een meer passend resultaat te bereiken voor hun onderlinge financiële verhouding (het huwelijksgoederenrecht), en voor hun kinderen (het erfrecht) en voor het successierecht.
3.De vordering in conventie
4.De vordering in reconventie
5.De beoordeling
in conventie en in reconventie
1.086,00(2 punten × tarief € 543,00)