ECLI:NL:RBGEL:2020:106

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 januari 2020
Publicatiedatum
9 januari 2020
Zaaknummer
8178717
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Stichting Woonwaarts verhuurt een woning aan de gedaagde partij die een huurachterstand heeft opgebouwd van € 2.068,86 tot en met 30 november 2019. Stichting Woonwaarts vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de huurachterstand, maandelijkse huur vanaf december 2019 tot ontruiming, buitengerechtelijke kosten en rente.

De gedaagde erkent de huurachterstand en licht toe dat deze is ontstaan door betalingsproblemen tijdens bewindvoering, die inmiddels is beëindigd. Hij erkent de noodzaak van bewindvoering en wil een nieuwe bewindvoerder zoeken.

De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand voldoende is voor ontbinding en ontruiming, stelt een termijn van 14 dagen na betekening voor ontruiming en wijst de vorderingen tot betaling van huurachterstand, maandelijkse huur, buitengerechtelijke kosten en rente toe. De gevraagde machtiging tot opruiming van roerende zaken wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tevens in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van de huurachterstand, maandelijkse huur, rente en buitengerechtelijke kosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 8178717 \ CV EXPL 19-5099 \ 683 / 907
uitspraak van 10 januari 2020
vonnis
in de zaak van
de stichting
Stichting Woonwaarts
gevestigd en kantoorhoudende te Nijmegen
eisende partij
gemachtigde Groenendaal & Van Krijl Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna Stichting Woonwaarts en [gedaagde partij] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 november 2019 en de daarin genoemde processtukken
- de brief d.d. 5 december 2019 van Stichting Woonwaarts met de akte overleggen producties
- de comparitie van partijen van 13 december 2019.

2.De feiten

2.1
Stichting Woonwaarts verhuurt aan [gedaagde partij] de woning aan het adres [adres huurobject] tegen een maandelijks bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van € 617,50. [gedaagde partij] heeft de maandelijks verschuldigde huur niet (tijdig) voldaan waardoor, gerekend tot en met 30 november 2019, een huurachterstand is ontstaan van € 2.068,86.

3.De vordering en het verweer

3.1
Stichting Woonwaarts vordert de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde, de betaling van de huurachterstand van € 2.068,86, € 617,50 per maand vanaf 1 december 2019 tot aan de ontruiming en van € 151,35 aan buitengerechtelijke kosten, inclusief btw. Stichting Woonwaarts vordert daarnaast rente ten bedrage van € 7,08 en de veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.
3.2
Stichting Woonwaarts heeft de vordering uit handen gegeven. Ondanks sommatie heeft [gedaagde partij] het bedrag van de huurachterstand niet betaald. [gedaagde partij] moet Stichting Woonwaarts daarom de buitengerechtelijke kosten betalen.
3.3
[gedaagde partij] heeft verweer gevoerd. Hij heeft de hoogte van de huurachterstand niet betwist. Ter zitting heeft hij zijn persoonlijke en financiële omstandigheden ter sprake gebracht. Hij geeft aan dat een en ander is misgegaan gedurende de periode dat hij onder bewind was gesteld. Zo is de huurachterstand ontstaan, doordat zijn bewindvoerder de maandelijks te betalen huurbedragen niet of niet volledig betaalde. Op [gedaagde partij] verzoek werd de bewindvoering beëindigd. Naast de huurschuld heeft [gedaagde partij] andere schulden. [gedaagde partij] ziet er echter wel in dat een bewindvoerder in zijn situatie noodzakelijk is; hij zal dan ook op zoek gaan naar een andere bewindvoerder.

4.De beoordeling

4.1
De hoogte van de huurachterstand is niet weersproken, zodat de vordering strekkende tot betaling daarvan zal worden toegewezen.
4.2
De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, zodat die eveneens zullen worden toegewezen, waarbij de termijn van ontruiming op 14 dagen na betekening van dit vonnis zal worden gesteld.
4.3
De machtiging, om bij gedwongen ontruiming alle roerende zaken die zich bevinden in en rondom het gehuurde op te laten ruimen en af te voeren, hetzij naar een kringloopwinkel, hetzij ter vernietiging, zulks op kosten van de gedaagde partij, wordt afgewezen, omdat hiervoor geen grondslag is gesteld of gebleken.
4.4
Stichting Woonwaarts heeft verklaard bereid te zijn dit vonnis niet ten uitvoer te leggen, indien de lopende huur steeds op de 23ste van de maand - zoals [gedaagde partij] dat heeft voorgesteld en Stichting Woonwaarts daarmee akkoord is gegaan, mits de eerste betaling wordt gedaan over de maanden december 2019 en januari 2020 -, betaald wordt en de tussen Stichting Woonwaarts en [gedaagde partij] nader overeen te komen betalingsregeling voor de bestaande achterstand stipt wordt nagekomen.
4.5
De gevorderde wettelijke rente is niet betwist en zal worden toegewezen over de nog openstaande huurbedragen vanaf 12 november 2019 tot de dag der algehele voldoening.
4.6
De rente over de nog te verschijnen huurtermijnen wordt afgewezen, omdat de gedaagde partij ten aanzien van die termijnen niet in verzuim verkeert.
4.7
Stichting Woonwaars maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Stichting Woonwaarts heeft aan [gedaagde partij] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro.
4.8
[gedaagde partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1
ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres huurobject] ;
5.2
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van [gedaagde partij] is en ieder die bij [gedaagde partij] hoort, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan Stichting Woonwaarts;
5.3
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Stichting Woonwaarts te betalen een bedrag van € 2.227,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.068,86 vanaf 12 november 2019 tot aan de dag van volledige betaling;
5.4
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 617,50 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde partij] de woning vanaf 1 december 2019 in gebruik heeft tot aan de ontruiming;
5.5
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Stichting Woonwaarts begroot op € 101,06 aan dagvaardingskosten, € 486,00 aan griffierecht en € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde;
5.6
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.A. Verspui en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2020.