Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
niet voldaanaan de toepasselijke bepalingen van de Wet Zorg en Dwang.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënte op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). Cliënte verbleef op dat moment bij een locatie in Enschede en werd vertegenwoordigd door haar advocaat.
Tijdens de mondelinge behandeling stelde de advocaat dat de medische verklaring die ten grondslag lag aan het verzoek niet rechtsgeldig was, omdat deze was afgegeven door een arts werkzaam bij dezelfde instelling waar cliënte verbleef, hetgeen volgens artikel 30 lid 2 Wzd Pro niet is toegestaan. Tevens werd aangevoerd dat er geen sprake meer was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, aangezien cliënte al weken was opgenomen en tijdelijk bij haar ouders kon verblijven.
De rechtbank sloot zich aan bij deze argumenten en oordeelde dat de medische verklaring niet had mogen worden afgegeven en dat er minder bezwarende alternatieven waren. Gelet hierop werd het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling afgewezen. De beschikking werd mondeling uitgesproken op 21 januari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 29 januari 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en strijd met artikel 30 lid 2 Wzd.