De rechtbank Gelderland behandelde twee zaken tegen een 61-jarige man die werd verdacht van grooming en het verstrekken van seksueel getinte schadelijke video's aan minderjarigen. In de eerste zaak werd hem ten laste gelegd dat hij via social media contact had met een meisje van 14 jaar en haar een ontmoeting had voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen te verrichten. In de tweede zaak werd hem verweten dat hij via Facebook Messenger meerdere video's had verzonden waarin hij zijn geslachtsdeel toonde aan een minderjarige.
De officier van justitie stelde dat wettig en overtuigend bewijs aanwezig was, verwijzend naar berichten waarin druk werd uitgeoefend en het voorstel tot een ontmoeting werd gedaan, evenals het feit dat verdachte wist dat het slachtoffer jonger was dan zestien jaar. De verdediging voerde aan dat het voorstel om te ontmoeten niet aan de minderjarige zelf was gedaan, maar aan haar meerderjarige tante, en dat niet bewezen kon worden dat verdachte wist dat de ontvanger van de video's minderjarig was.
De rechtbank overwoog dat het voorstel tot ontmoeting niet aan het minderjarige meisje was gedaan, maar aan haar tante, die meerderjarig was. De wetswijziging van 1 maart 2019 die dit soort situaties regelt, was niet van toepassing omdat dit niet in de tenlastelegging was opgenomen. Ook kon niet worden vastgesteld wanneer en via welk account het berichtenverkeer met de minderjarige had plaatsgevonden, noch dat verdachte wist dat de ontvanger jonger was dan zestien jaar.
Daarom kon het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen en sprak de rechtbank de verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De inbeslaggenomen telefoons worden teruggegeven aan de rechthebbende.