Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
De werknemer was sinds 1999 in dienst als sectormanager bij De Lichtenvoorde en viel onder de cao Gehandicaptenzorg. Vanaf 1 juli 2017 werd zij vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon en zonder werkplek, waarna zij arbeidsongeschikt was van oktober 2017 tot april 2019. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juli 2019.
De werknemer vorderde betaling van 55 niet-genoten wettelijke vakantiedagen, stellende dat zij redelijkerwijs niet in staat was deze op te nemen vanwege het bijzonder verlof en ziekte. De werkgever verweerde zich met het standpunt dat de aanspraken op vakantiedagen zijn vervallen conform artikel 7:640a BW.
De kantonrechter oordeelde dat het bijzonder verlof met behoud van loon een periode is waarin vakantie geen nuttig effect heeft, zoals bevestigd in het arrest Maschek/Magistratsdirektion der Stadt Wien van het Europese Hof van Justitie. Hierdoor vervalt de aanspraak op vakantiedagen niet in strijd met Richtlijn 2003/88/EG. De arbeidsongeschiktheid was volgens de rechter louter situatief en werd niet voldoende onderbouwd om het verval tegen te gaan. Ook rustte geen informatieplicht op de werkgever over het verval van vakantiedagen in deze situatie.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van niet-genoten wettelijke vakantiedagen wordt afgewezen omdat de aanspraak is vervallen tijdens bijzonder verlof met behoud van loon.