ECLI:NL:RBGEL:2020:1418
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende bewijs overtreding voorwaarden
Veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en kreeg op 6 april 2017 voorwaardelijke invrijheidstelling met bijzondere voorwaarden, waaronder locatiegeboden en elektronisch toezicht.
De officier van justitie verzocht op 20 januari 2020 om herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens vermeende overtredingen van deze voorwaarden, waaronder locatieverboden en onvoldoende medewerking.
Tijdens de zitting op 14 februari 2020 werden veroordeelde, zijn raadsman, reclasseringsdeskundigen en de officier van justitie gehoord. De verdediging stelde dat vermeende overtredingen vooral te wijten waren aan technische problemen en miscommunicatie.
De rechtbank oordeelde dat, afgezien van een incident in juli 2019, onvoldoende is komen vast te staan dat veroordeelde zijn voorwaarden door eigen schuld heeft overtreden. De vordering tot herroeping werd daarom afgewezen en het bevel tot schorsing opgeheven.
Veroordeelde werd gewaarschuwd zich proactief en meewerkend te blijven opstellen bij verlofafspraken en toezicht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af en heft het bevel tot schorsing op.