De rechtbank Gelderland heeft op 5 maart 2020 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door veroordeelde, die is veroordeeld voor gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde een bedrag van ruim één miljoen euro, gebaseerd op diverse contante geldbedragen, voertuigen en een woning in Turkije.
Tijdens meerdere zittingen is het bewijs besproken, waaronder het vonnis waarin het witwassen van grote sommen geld en voertuigen is bewezen verklaard. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend aan de hand van een kasopstelling en het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij ook rekening is gehouden met de aankoop van een woning in Turkije en contante geldbedragen die in beslag zijn genomen.
Veroordeelde en zijn vrouw hadden een gezamenlijk inkomen dat niet in verhouding stond tot de omvang van de witgewassen bedragen. Er ontbrak een concrete en verifieerbare verklaring die het vermoeden van witwassen kon weerleggen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat ook de woning en contante geldbedragen uit strafbare feiten afkomstig zijn.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €1.046.447 en legde een betalingsverplichting van €940.094 op, verminderd met de waarde van verbeurdverklaarde goederen. Tevens werd bepaald dat de betalingsverplichting kan vervallen indien de mededader aan haar verplichtingen voldoet. De maximale duur van gijzeling werd vastgesteld op 1.095 dagen.