Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
- primair, te bepalen dat de adoptie van [minderjarige] door verzoekers of – subsidiair – alleen verzoeker naar Nederlands recht wordt uitgesproken;
- te gelasten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de geboorteakte van [minderjarige] in de desbetreffende registers van de burgerlijke stand zal inschrijven (artikel 1:25 lid 1 onder Pro b BW)
- te gelasten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte zal doen;
- de griffier op te dragen om op een datum niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van de rechtbank en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking te zenden naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (artikel 1:20e lid 1 BW).
Het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand Den Haag
Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming
Het standpunt van de moeder
Het standpunt van Nidos
De beoordeling
- de adoptie in het kennelijk belang van het kind is;
- op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en
- aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW Pro wordt voldaan.