ECLI:NL:RBGEL:2020:1882
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- F.M.Th. Quaadvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursverbod opgelegd wegens falen in deugdelijk bestuur en faillissementsfraude
Het openbaar ministerie heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek ingediend tot oplegging van een bestuursverbod op grond van artikel 106a Faillissementswet. Het verzoek richt zich tegen een bestuurder die betrokken was bij meerdere faillissementen van rechtspersonen na 1 juli 2016.
De bestuurder is correct opgeroepen voor de zitting, maar is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt vast dat de bestuurder betrokken was bij drie faillissementen na de inwerkingtreding van artikel 106a Fw en dat hem daarvan een persoonlijk verwijt treft. De curatoren van de failliete ondernemingen hebben ernstige tekortkomingen in de administratie vastgesteld, waaronder het ontbreken van een deugdelijke administratie en het niet volstorten van aandelenkapitaal.
Daarnaast is de bestuurder strafrechtelijk veroordeeld wegens faillissementsfraude en is hem een strafrechtelijk bestuursverbod opgelegd dat nog niet onherroepelijk is. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de bestuurder zonder civielrechtelijk bestuursverbod zijn bestuursactiviteiten zal staken en wijst daarom het verzoek van het OM toe. Het bestuursverbod wordt opgelegd voor vijf jaren met een dwangsom van € 10.000 per overtreding, met een maximum van € 100.000.
De beschikking wordt onherroepelijk aan de Kamer van Koophandel gemeld voor uitschrijving als bestuurder en registratie van het bestuursverbod.
Uitkomst: Bestuursverbod van vijf jaren opgelegd met dwangsomregeling wegens persoonlijk verwijt bij meerdere faillissementen.