De rechtbank Gelderland heeft op 25 maart 2020 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd veroordeeld voor tweemaal medeplegen van witwassen en eenmaal witwassen. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van vier maanden opgelegd, met aftrek van de voorlopige hechtenis.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, oorspronkelijk gesteld op €25.270,41, later aangepast naar de helft daarvan, €12.635,20. De verdediging achtte deze aanpassing redelijk. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel schattenderwijs vastgesteld op een vijfde deel van het oorspronkelijke bedrag, namelijk €5.054,08, omdat ten minste vijf personen bij het witwassen betrokken waren en de verdachte geen openheid gaf over de verdeling.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis en bewijsmiddelen, waaronder bankgegevens waaruit bleek dat verdachte geldbedragen van aangevers had ontvangen die niet waren terugbetaald. Een bedrag van €3.025,- werd niet meegerekend omdat dit door de bank was veiliggesteld wegens vermoedens van fraude. De rechtbank legde de verplichting op aan de verdachte om dit bedrag aan de staat te betalen.