Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
de officier van justitie
[klager] ,
De procedure
Het onderzoek in raadkamer
Het standpunt van klager
Het standpunt van de officier van justitie
De beoordeling
De beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Gelderland
Op 26 maart 2020 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan over het klaagschrift van klager tegen de inhouding van zijn rijbewijs. Klager had zijn rijbewijs verloren na een snelheidsovertreding waarbij hij 138 km/u reed op een weg met een maximumsnelheid van 80 km/u. Klager voerde aan dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werkzaamheden als commercieel verantwoordelijke, waarbij hij veelvuldig en onregelmatig door Nederland moet reizen.
De officier van justitie stelde dat de inhouding rechtmatig was omdat klager reeds eerder een strafbeschikking had gekregen voor een snelheidsovertreding en de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van klager. De raadkamer nam kennis van het dossier en de standpunten van partijen en oordeelde dat voldaan was aan de wettelijke eisen voor inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 Wegenverkeerswet Pro 1994.
De raadkamer maakte een belangenafweging waarbij het gevaar voor de verkeersveiligheid door de hoge snelheidsovertreding en eerdere overtreding zwaarder woog dan de persoonlijke en zakelijke belangen van klager. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard en bleef de inhouding van het rijbewijs gehandhaafd.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en de inhouding blijft gehandhaafd.