Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
de officier van justitie
[klager] ,
De procedure
Het onderzoek in raadkamer
Het standpunt van klager
Het standpunt van de officier van justitie
De beoordeling
De beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Gelderland
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Hij stelt dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur en vreest ontslag vanwege de inhouding.
De officier van justitie heeft het klaagschrift ongegrond verklaard omdat klager met een alcoholpromillage van 1020 µg/l een eenzijdig ongeval veroorzaakte en reeds eerder een strafbeschikking kreeg voor rijden onder invloed. Tevens werd het kwalijk genomen dat klager in eerste instantie een getuige aanwees als bestuurder.
De raadkamer heeft het dossier bestudeerd en oordeelt dat de inhouding rechtmatig is en dat de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van klager. Gezien de ernst van de feiten en de recidive acht de raadkamer de kans op herhaling groot.
Daarom verklaart de raadkamer het klaagschrift ongegrond en handhaaft de inhouding van het rijbewijs.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en de inhouding gehandhaafd.