De Provincie Gelderland organiseerde een nationale openbare aanbesteding voor onderhoud van bomen en boomvlakken 2020-2022, verdeeld in vier percelen. Het gunningscriterium was de beste prijs-kwaliteitsverhouding, waarbij onder meer het duurzaam omgaan met vrijgekomen materialen (criterium 2) werd beoordeeld. Eiseres, een bv, maakte bezwaar tegen de voorlopige gunningsbeslissingen omdat zij meende dat afval van de eikenprocessierups (EPR) als grondstof moest worden meegenomen in de beoordeling, terwijl andere inschrijvers dit niet hadden ingevuld.
De kern van het geschil betrof de uitleg van criterium 2: of het EPR-afval moest worden gezien als grondstof waarvoor een percentage moest worden ingevuld in trede 0 van de beoordelingsmatrix. De rechtbank oordeelde dat het criterium gericht is op duurzaam omgaan met materialen die als grondstof kunnen worden hergebruikt, en dat EPR-afval niet herbruikbaar is maar vernietigd moet worden. Daarom hoeft dit niet in trede 0 te worden ingevuld.
Verder stelde de rechtbank vast dat het niet invullen van een percentage in trede 0 niet leidt tot ongeldigheid van de inschrijving. Ook zou een herbeoordeling van de inschrijvingen niet tot een andere gunningsbeslissing leiden. De vorderingen van eiseres werden afgewezen en de tussenkomende partijen werden toegelaten. De rechtbank veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten.