Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
[derde-partij], te [woonplaats] .
Rechtbank Gelderland
De derde-partij vroeg een omgevingsvergunning aan voor het aanleggen van een verhard pad en een uitrit op een perceel grenzend aan dat van eiseres, die bezwaar maakte omdat zij in een monumentale woning woont die mogelijk schade kan ondervinden van zwaar werkverkeer.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader, gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het bestemmingsplan 'Buitengebied' en de Omgevingsverordening Gelderland, geen ruimte biedt om rekening te houden met de belangen van eiseres omtrent haar monumentale woning.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied 2018' niet van toepassing is omdat het nog niet in werking is getreden. Het gebruik van de uitweg is beperkt tot het ontsluiten van het landbouwperceel, en handhaving kan via een aparte procedure worden gevraagd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan in hoger beroep worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het verhard pad en de uitrit wordt ongegrond verklaard.