Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 december 2019
- het proces-verbaal van comparitie van 30 januari 2020.
2.De feiten
Overeenkomst voor DanAvl subfok” [1] (hierna: de Overeenkomst) ondertekend. Hierin zijn de afspraken tussen partijen vastgelegd, zoals deze feitelijk al vanaf 14 februari 2014 door partijen werden uitgevoerd.
In aanmerking nemende dat:
a) [de maatschap c.s.] verplicht zich, gedurende de looptijd van deze overeenkomst, de door haar geproduceerde Danavl fokgelten aan te bieden aan TGZ.
a) Bemiddeling, facturatie en incasso van de verkochte fokgelten.
a) (…)
a) Deze overeenkomst vangt aan op 17-02-2014 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd.
a) Het is [de maatschap c.s.] niet toegestaan in Nederland te gaan fokken voor een andere fokkerijorganisatie.
(…) Inmiddels heeft cliënte geconstateerd en vernomen dat uw cliënte in strijd met de overeenkomst niet meer aan cliënte levert en direct, dan wel indirect (via Danbred) levert aan de ‘klanten van cliënte’ hetgeen conform artikel 10 van Pro de overeenkomst uw cliënte niet is toegestaan. De klanten welke hiermee worden bedoeld betreffen:
[namen van 19 klanten]
3.Het geschil
4.De beoordeling
7.712,00(2,0 punten × tarief € 3.856,00)